mijnlevenalszoogdier.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
Mama met haar kleine melkmonster
 
Google
 
Laatste artikelen

Ook een zoogdier!
 
Wij zijn allen zoogdieren, maar sommigen zijn het net wat meer dan de rest. Op advies van de wereldgezondheidsorganisatie ga ik vrolijk door met louter borstvoeden tot mijn dochter Juna minimaal zes maanden oud is – nog zeker anderhalve maand te gaan dus. Daarna moet ze van die organisatie nog tot haar tweede borstvoeding krijgen naast de vaste voeding, maar dat zien we dan wel weer.
Omdat ze op louter mijn melk gegroeid is van 3,75 kg bij de geboorte tot 7 kg nu, durf ik mezelf inmiddels wel als een ervaren zoogdier te beschouwen. Ik schreef er zelfs al eens een gedichtje over :-D (klik). Nu blijken er toch best veel mensen te zijn die (net als ik, tot voor kort) van moedermelk geen kaas hebben gegeten. Voor wie het interesseert zal ik daarom wat punten van het borstvoeden behandelen.
 
Waarom borstvoeding?
Laat ik beginnen te zeggen dat ik me, naar aanleiding van verhalen van andere moeders, van tevoren al had ingedekt. Als de borstvoeding niet goed zou verlopen, dan zou ik er gewoon mee kappen, mijn schouders ophalen en me niet gek laten maken. Geen nieuwe slachtoffers van de borstvoedingsmaffia! Want borstvoeding mag dan wel aantoonbaar beter zijn voor je kind (minder allergieën en zo), en jezelf een verlaagde kans op borstkanker bezorgen, maar ik ben zelf ook groot geworden op kunstvoeding (=flesvoeding) en heb nauwelijks allergieën ontwikkeld. Bovendien zijn de verschillen tussen kunst- en borstvoeding volgens mij ook weer niet zó groot dat het het waard is om er gefrustreerd, verdrietig en teleurgesteld door te raken.
Tevreden in foetushouding na voeding, 10 dagen oudMaar het liep anders. De borstvoeding verliep al vrij snel heel goed, en tot mijn verbazing merkte ik dat ik er erg aan gehecht raakte – zonder dat ik precies weet waarom. Ik weet alleen dat ik elke suggestie om ermee te stoppen, direct van de hand wijs. Ik wil er niets van weten. Misschien komt het omdat het een erg bijzondere ervaring is om een klein mensje uit je te zien drinken. Misschien ook omdat die borsten die je al die jaren meezeult dan uiteindelijk toch nog functioneel blijken te zijn. Misschien; maar eigenlijk denk ik dat het gewoon iets met biologie en hormonen te maken heeft. Hoe het ook zij: ik voed en ik wil er nog niet vanaf. Hoewel er ook best nadelen aan zitten...
 
Pijn
In het begin doet borstvoeden pijn. Logisch: die tepels hebben nog niets meegemaakt, altijd netjes verstopt gezeten achter een bh’tje of een bikini, en dan gaat er opeens een baby aan liggen sjorren! Weliswaar zonder tandjes, maar het woord ‘zuigeling’ zegt genoeg. Baby’s zijn volkomen gefixeerd op zuigen. Het is in eerste instantie alles wat ze kunnen, en ze doen het met complete overgave. Their life sucks, in de meest letterlijke zin.
Toch beweert de kraamhulp dat borstvoeding geen pijn hoort te doen. En als het toch pijn doet, doe je het niet goed. Ik ben het daar niet mee eens en ik heb andere vrouwen hetzelfde horen verkondigen. In het begin doet het gewoon wél pijn, ook als je de baby prima hebt aangelegd! (Goed aanleggen = zorgen dat de baby goed hapt - grooooote hap! - en je tepel ver genoeg in zijn mondje krijgt, liefst mooi in het midden.) Op de eerste dag na de bevalling kreeg ik tepelkloven – dat kwam wél omdat ik niet goed had aangelegd. Deed heel veel pijn. Maar ook toen de tepelkloven een paar dagen later weg waren, deed het voeden nog pijn – vooral vlak na het aanleggen. Niet alleen is de onbezogen huid nog erg gevoelig, maar er bestaat ook nog zoiets als de toeschietreflex.
 
Toeschietreflex
In tegenstelling tot wat een aanstaande vader onlangs bleek te denken, slaat het woord “toeschietreflex” niet op de baby die zijn hoofdje hongerig richting borst laat schieten, maar op het toeschieten van de melk. Als de baby een poosje zuigt aan de tepel, treedt er een reflex in werking waardoor de borstklieren samentrekken en de melk eruit laten schieten. Vaak letterlijk; daaraan danken de zoogcompressen die je in je bh stopt hun bestaansrecht.  Zoogcompressen zijn een soort Senseo-pads, maar dan zonder koffie.
De toeschietreflex voelt tegenwoordig als een licht kramperig gevoel, waarop ik Juna vrolijk meld: “Dáár komt de melk!” Maar in de eerste weken was ‘licht kramperig’ nogal zwak uitgedrukt. Tijdens de eerste minuut van het voeden zat ik met gekromde tenen te wachten tot de pijn was weggeëbd, terwijl Juna enthousiast aan het lebberen was. Soms schoten de tranen me in de ogen en moest ik me met man en macht verzetten om haar niet los te rukken. De eerste dagen na de bevalling beperkte de toeschietreflexkramp zich overigens niet tot de borsten: ook de baarmoeder deed gezellig mee. Dat komt door de hormonen die je aanmaakt tijdens het voeden (oxytocine). Op zich is het trouwens positief, want door dat samentrekken van de baarmoeder krimpt ze sneller tot normale proporties terug, en dat scheelt dan weer met nabloeden en de dikte van je buik en zo. Maar goed.
Overigens verdient het aanbeveling om, mocht je een baby vanwege te hevige pijn toch willen losrukken, dat met beleid te doen: men neme een pinkje en wurme dat tussen de borst en het mondhoekje van de baby. Zo verbreek je het vacuüm en kun je de baby veilig losmaken. Vergeet je het pinkje, dan houdt de baby je tepel hardnekkig vast en dan bezorgt het losrukken je alleen maar méér pijn. Juna is overigens zo vriendelijk om ook los te laten als ik "Au!" roep :-) 
En nu wordt het tijd voor wat positieve kanten van borstvoeding (‘positieve punten’ klinkt toch een beetje raar in dit verband ).
 
Gemak
Zolang je als moeder bij de baby in de buurt bent, en dat is tijdens het verlof oftewel de eerste 10 tot 12 weken vrijwel voortdurend het geval, is het gebruiksgemak van borstvoeding geven enorm. Vooral ’s nachts. Niks geen geklooi met flesjes, water, poeder, magnetrons en/of flessenwarmers in het donker: gewoon de baby uit bed halen, aanleggen en lekker laten drinken. Door de hormonen die je aanmaakt tijdens het voeden word je slaperig, waardoor je de slaap na het voeden makkelijk weer kunt vatten. Je hoeft geen flesjes en speentjes af te wassen en uit te koken (om de bacteriën te doden).
 
Ook als je met de baby op stap gaat, is borstvoeding ideaal. Je hebt altijd melk bij je die precies goed van samenstelling is en op temperatuur. Het enige dat je daarnaast nog nodig hebt, is een spuugdoekje en een zoogcompres. Er bestaat speciale kleding waardoor je ook in openbare gelegenheden verhuld borstvoeding kunt geven (ik kreeg een shirt te leen van een vriendin, van het merk “Boob” :-D). Daarbij prop je het hoofdje van de baby onder een soort overhangend, los gedeelte. Maar een vest werkt ook goed. Natuurlijk draagt de zogende moeder een speciale borstvoedings-BH, met klepjes die je aan de voorkant naar beneden kunt doen of met een haakjessluiting aan de voorkant. De keuze is bij gangbare winkels niet enorm, maar ze hadden in ieder geval zwart en wit, dus ik hoef godzijdank geen vleeskleurige BH te dragen.
 
Gezelligheid
Genoeg gehadDaar valt weinig aan uit te leggen. Een drinkende baby op schoot vormt het toppunt van knusheid. Ik heb haar gezichtje heel wat zitten bestuderen! En haar kale bolletje geaaid.
Vooral in het begin maar ook nu nog valt ze tijdens het drinken vaak in slaap. En als ze genoeg heeft gehad, steekt ze slapend haar onderlip naar voren en kijkt een beetje als een horkerige boer (“Don’t give me the lip!” roept iemand van mijn zwangerschapsgym als haar dochter die kop trekt). Volgens mij is dat een universele uitdrukking.
 
Gezondheid
Zoals eerder gezegd is wetenschappelijk aangetoond dat borstvoeding beter is voor kinderen, vooral als er allergieën in de familie zitten. Doordat moedermelk allerlei afweerstoffen bevat, worden borstgevoede kinderen minder vaak ziek en verkouden, en omdat ze bij borstvoeding minder lucht binnenkrijgen, hebben ze minder last van darmkrampjes. Volgens de borstvoedingsmaffia lopen ze daarnaast minder kans op allerlei aandoeningen als jeugddiabetes, de ziekte van Crohn etcetera, en zouden ze beter scoren op mentale en motorische tests. Of dat werkelijk zo is, weet ik niet. Voor meer info over gezondheidsvoordelen kunt u hier terecht.
Voor de moeder zijn er ook gezondheidsvoordelen: minder kans op borstkanker en osteoporose (‘botontkalking’). Maar daarvoor moet je lang voeden en liefst op jonge leeftijd beginnen, dus dat kan ik als 31-jarige moeder waarschijnlijk wel vergeten.
Overigens word je door de hormonen meestal ook niet ongesteld tijdens de borstvoedingsperiode, ook een positief bijeffect. Borstvoeding werkt op die manier ook als anticonceptie, maar je kunt er niet op vertrouwen. Als je er op korte termijn geen nieuw melkmonstertje bij wilt, verdient het dus aanbeveling om daarnaast ook andere anticonceptie te gebruiken - zoals condooms.
 
De lijn
Luilekkerland!Borstvoeding vreet energie. Dat is op zich een nadeel, want ik heb nu wat meer slaap nodig dan voorheen, maar het heeft ook voordelen: ik kan eten wat ik wil zonder aan te komen! Oh paradijselijk oord vol muffins, kroketten en chocoladerepen... De hoeveelheden voedsel en drank die ik dagelijks naar binnen werk, zijn ongelofelijk. Tegenwoordig eet ik mijn bordje altijd schoon leeg, ik eet meer brood en snacks en fruit dan normaal, en ik weeg al maandenlang hetzelfde, namelijk 2 kilogram meer dan voordat ik zwanger werd. Waarvan 1 kilogram volgens mij aan extra borstvolume te wijten is (ook dit zou je als een voordeel van borstvoeden kunnen beschouwen :-).
Overigens kan ik wel zovéél eten als ik wil, maar niet álles: sommige etenswaren kunnen de baby krampjes bezorgen. Tot nu toe heb ik dat alleen bemerkt bij prei en (grote hoeveelheden) broccoli. Sommige etenswaren, zoals zware koolsoorten en veel ui, heb ik niet uitgeprobeerd. Volgens mij krijgt de baby darmkrampjes van eten waar de moeder zelf ook darmlast van krijgt... Maar de meeste dingen gaan prima. Verse sinaasappelsap wordt overigens ook afgeraden – ik heb het niet geprobeerd dus ik weet niet of dat advies terecht is.
 
Alcohol
Met alcohol moet je tijdens het voeden ook voorzichtig zijn. Eigenlijk snap ik niet zo goed waarom, want volgens verschillende bronnen is het alcoholpercentage in moedermelk gelijk aan het promillage in je bloed. Nou is 0,5 promille (=0,05 %) al genoeg om een bekeuring te krijgen als je achter het stuur gaat zitten. Tja, melk met 0,05 % alcohol... zou dat zo vreselijk zijn? De eerste weken schijnt baby’s lever nog niet goed te werken, dus dan is alcohol sowieso af te raden. Daarna heb ik mezelf gepermitteerd om af en toe wel een glaasje (of twee) te drinken. Op de nuchtere maag schijnt je alcoholpromillage na een half uur het hoogst te zijn, na een maaltijd ligt de piek bij drie uur. Op die manier kun je rekening houden met het tijdstip waarop je weer gaat voeden.
 
Geen sport
Geen sport meer nodig!Zolang ik borstvoeding geef, hoef ik van mezelf niet te sporten. Juna sport voor mij! Die zwaaiende armpjes en beentjes, het eigenwijs rondkijken, kilo's groeien: alle energie die ze verbruikt, komt van mij. Helaas gaan mijn conditie en spierkracht er niet door vooruit, maar dat komt wel weer goed door al het tillen en sjouwen, dacht ik zo. Overigens zullen de meeste vrouwen gewoon wél gaan sporten, maar die hebben er dan ook geen hekel aan (neem ik aan).
 
Regeldagen
Wie de term heeft verzonnen was een onbenul, want het woord ‘regeldag’ is wat mij betreft veel te nietszeggend. Maar ik strijk mijn hand over mijn hart en leg toch uit wat ermee bedoeld wordt (met aanloop, zoals u van me gewend bent :-).
Borstvoeding werkt volgens het principe van vraag en aanbod. Drinkt de baby op een dag opeens meer, dan gaan de borsten meer melk maken (en mama wordt daar moe van). Drinkt de baby minder, dan schakelen de borsten een tandje terug. Volgens mijn Handboek borstvoeding (een product van dé ultieme borstvoedingsmaffiakliek: La Lèche League)  is dat te danken aan een simpel terugkoppelingsmechanisme. Borsten maken melk als de klieren leeg zijn, en overgebleven melk in de klieren remt de productie. Een soort variatie op de thermostaat dus; misschien is melkostaat wel een goede benaming.
 
Anyways, een baby groeit en ontwikkelt en heeft daarom in de loop der tijd meer melk nodig. De borsten kunnen dat niet altijd bijbenen, met als gevolg dat de baby dorst houdt en besluit de hele dag aan de borst te gaan liggen. Haal je de baby weg, dan gaat ze huilen. Of ze slaapt even een kwartiertje en gaat daarna opnieuw huilen tot ze weer aan de borst mag sabbelen. De borsten blijven overigens continu melk aanmaken, er komt altijd wel een druppeltje uit. Uiteindelijk krijgt de baby dus wel genoeg binnen, zeker als je voortdurend wisselt tussen linker- en rechterborst. Zo’n dag noem je een regeldag, omdat de baby de borsten op deze manier enorm stimuleert om structureel meer melk te gaan produceren en zo dus de melkcyclus ‘regelt’. Tenminste, ik neem aan dat het woord regeldag dáár dan uiteindelijk vandaan komt...
 
Sommige vrouwen schijnen nooit last te hebben van regeldagen. Ze merken hooguit dat de baby een paar dagen wat vaker komt drinken (zie de term ‘Komen’ verderop in de zoogdiercyclus). Zelf merkte ik die regeldagen maar al te goed, al begon Juna er altijd pas aan het eind van de middag mee – tot ’s avonds laat of zelfs ’s nachts. Op borstvoeding.com staat het volgende:
 
Regeldagen komen voor rond de leeftijd van tien dagen, drie weken, drie maanden en zes maanden. Maar ook op andere momenten kunnen regeldagen voorkomen. Bijvoorbeeld als het kind een virus onder de leden heeft. Door vaak om de borst te vragen, krijgt het extra veel antistoffen binnen waardoor de ziekte bestreden wordt. Vaak merk je als ouder niet eens dat het virus er is, behalve dan aan het vele drinken.
 
Juna regelig (3 maanden)Nou, ik heb ze allemaal gehad die regeldagen, plus nog een paar extra tussendoor. Die rond tien dagen waren het ergst. Vooral omdat ik toen nog gevoelige tepels had. Pluspunt was wel dat de tepel na langdurig zuigen enigszins verdoofd raakte (zolang ik maar niet wisselde van borst), en dat ik na de regeldagen rond drie weken zóveel eelt (figuurlijk dan) had ontwikkeld, dat borstvoeding sindsdien nooit meer pijn heeft gedaan :-D Regeldagen waren geen pretje, maar die rond drie maanden heb ik aangenaam doorgebracht: gezellig met Juna op schoot naar de tv kijkend, geen pijn en best lekker warm, zo’n baby tegen je aan.
 
Nu ga ik de begrippen stuwing en 'komen' behandelen. Het houdt nog niet op!
(Smiley gejat van www.borstvoedingsforum.nl, ik kon niet nalaten te laten zien dat zulke smileys werkelijk bestaan...)
  
Stuwing
Sommige mensen lijken permanent last van stuwing te hebben...Daar waar regeldagen het gevolg zijn van een tijdelijk tekort aan melk, is stuwing het tegenovergestelde: de borsten produceren meer melk dan de baby wil drinken. Vooral vlak na de bevalling is dit het geval. De borsten zijn blijkbaar zo enthousiast over de komst van het kleine melkmonster, dat ze diens drinklust schromelijk overschatten. Het gevolg: keiharde pornoborsten, vooral ’s ochtends vroeg (dit zal wel weer wat ongewenste Google-hits opleveren...). Ze willen nog weleens overstromen, of nou ja: lekken, waardoor het dragen van zoogcompressen (de ‘pads’) permanent noodzakelijk is. Dat betekent automatisch dat je moet slapen met een bh aan. Gelukkig gaat het lekken vrij snel voorbij.
Vrouwen die al weten dat ze geen borstvoeding willen of kunnen geven, krijgen na de bevalling strakke wikkels om hun borsten om de melkproductie te staken. Ik vermoed dat dit werkt als een soort kunstmatige stuwing. Vroeger, vooral in de periode dat kunstvoeding minstens net zo goed als borstvoeding geacht werd, kregen vrouwen ook pillen om de melkfabriek plat te leggen. Tegenwoordig mogen die echter niet meer voorgeschreven worden.
 
Kolven ter verlossing
Bij veel vrouwen schijnt stuwing pijn te doen, helse pijn zelfs, heb ik begrepen. Bij mij heeft het nooit pijn gedaan, maar toch wilde ik er altijd graag vanaf. Vergelijk het maar met nodig moeten plassen: pijn doet het niet, hinderlijk is het wel. En net zoals je niet kunt slapen als je blaas vol zit, lukt dat ook niet met borsten die op springen staan. Om van je stuwing af te komen, kun je gaan kolven – de ins en outs daarvan zal ik in een later deel uitvoeriger behandelen. Door te kolven kun je verlost worden van je melk zonder dat je baby hoeft te drinken. Maar pas op: het is een tijdelijke oplossing. Blijf je kolven, dan blíjven je borsten enthousiast melk aanmaken vanwege het vraag-en-aanbodprincipe. Moet je toch dringend van je melk af, kolf dan zo weinig mogelijk, tot het gespannen gevoel verdwenen is.
Via via hoorde ik een verhaal van een vrouw die een weekendje weg was naar Friesland. Daar, in the middle of nowhere, besloot de baby plotsklaps niet meer te willen drinken. Aangezien er geen kolf voorhanden was, heeft haar vriend haar toen maar leeggedronken... :-S Tja, dat is dus blijkbaar ook nog een optie.
 
Doorslapen
Na die eerste periode komt stuwing nog regelmatig terug. Bijvoorbeeld als de baby voor het eerst hele nachten door gaat slapen. Juna begon daarmee toen ze twee maanden oud was, en daar waren wij heel gelukkig mee :-) De eerste nachten echter sliep zij wel door, maar ik níet. Ik zat ’s nachts om vijf uur te klooien met een kolf om van de stuwing af te komen. Maar goed, dat is beter dan de baby wakker maken: een goede gewoonte als doorslapen moet je tenslotte niet gaan afleren :-D Enkele weken later sliep Juna weer af en toe een paar nachtjes niet door, en als ze dan daarna weer wel de hele nacht door tukte, had ik prompt weer stuwing. Ook als de baby na verloop van tijd hapjes gaat eten en je dus minder borstvoeding hoeft te geven, ligt er weer stuwing in het verschiet. En als je voedingen gaat vervangen door bijvoorbeeld pap.
 
Komen
In het begin komt de baby heel vaak – tot wel acht of zelfs twaalf maal per etmaal. Denk niet dat het kleine wezen een seksjunk is: het woord ‘komen’ slaat hier op het willen drinken. Meestal uit zich dat door wakker worden en – al dan niet direct – gaan huilen. Vooral het aantal keren dat een baby ’s nachts komt, vindt de omgeving interessant (“Hoe vaak komt ze ’s nachts?”). In het begin ‘kwam’ die van ons twee keer, hetgeen onze kraamhulp trots noteerde in het kraamzorgdagboekje. “Juna is vannacht twee keer gekomen!” Ik weet nog steeds niet of ze nu trots was dat ze weinig of juist vaak kwam. Na een paar weken kwam ze ’s nachts nog maar één keer en uiteindelijk dus nul keer. Ook het aantal keren dat de baby overdag komt, neemt in de loop der tijd af. De baby kan steeds grotere hoeveelheden melk in één keer verstouwen en is daar dan langer tevreden mee. Vlak na de bevalling moet je vaak om de twee à drie uur voeden, later wordt het vier uur en nog later vijf uur, naar het schijnt (Juna is nu bijna een half jaar, maar die vier uur is overdag al best lang voor haar).
 
In de houding
Voeden kan op verschillende manieren. De borsten zijn tenslotte redelijk flexibel en de baby beschikt volgens mij ook al over de peristaltische beweging. Sommige vrouwen zweren bij de zijligging – vooral ’s nachts schijnt dat heerlijk te zijn. Quote van een nichtje van me: “’s Nachts trek ik haar met één arm uit de wieg, leg haar aan en tuk lekker door terwijl zij drinkt.” Persoonlijk vond ik het niets, die lighouding. Misschien heeft het met je anatomie te maken... Ik kreeg haar mond liggend niet goed aan de tepel en kon het ook nog eens moeilijk zien zo. Hoe dan ook, ik voed het liefst zittend. En dan ook nog in de meest traditionele houding die er bestaat: de Madonna-houding (toch nog iets overgehouden aan mijn katholieke achtergrond – of zou het toch weer calvinisme zijn?). Bij de 'echte' Madonna was het vast makkelijk aanleggen...De Madonna-houding is erg bekend van beeltenissen van Maria die Jezus voedt. Ik voed dus zoals op het plaatje, maar dan zittend, met Juna in horizontale positie (zijligging) en met haar hoofdje rustend op mijn arm, ter hoogte van mijn elleboog. Daarbij gebruik ik een voedingskussen (zie plaatje) en/of kussentjes om mijn armen te ondersteunen. Ergonomisch gezien schijnt het het beste te zijn om rechtop te zitten en je schouders te ontspannen. Maar moet bekennen dat ik regelmatig fiks onderuit zak...  Ach, mijn computerhouding is ook pet en ik heb tot nu toe nergens last van.
Ter afwisseling heb ik in het begin ook nog wel geëxperimenteerd met de zogenoemde rugbyhouding (door mij om de een of andere reden consequent romperhouding genoemd, waarschijnlijk te veel nieuwe woordjes ineens geleerd). Daarbij schuif je de baby onder je oksel door. Voor plaatjes van deze en allerlei andere houdingen (wat dacht u van de fonteinhouding? en zou die zo heten omdat er een fonteintje ontstaat als je de baby weghaalt?) kunt u terecht op de – overigens zeer informatieve – site van borstvoeding.com.
 
Voor beginnende zoogdieren is het best lastig om de baby goed ‘aan te leggen’: de tepel moet middenin het mondje terechtkomen en zo ver mogelijk naar binnen steken, vandaar de vereiste ‘groooote hap’ van de baby. Bij Juna krulde haar onderlipje vaak naar binnen toe en die moest dan handmatig weer naar buiten gefrummeld worden. Omdat het aanleggen best lastig was, kreeg ik in het begin veel assistentie van mijn vriend. Ik ging alvast zitten op de bank, met kussens en voedingskussen om me heen gedrapeerd, spuugdoekje in de aanslag en borst ontbloot (“Maak je borst maar bloot!”). Hij haalde intussen Juna, vroeg mij “Hoe wil je haar hebben?” en dan anwoordde ik: “Medium doorbakken”, of nee, eerder iets als: links, rechts, gewoon, romper of eh... rugbyhouding. Tegenwoordig is assistentie niet meer nodig want aanleggen kunnen Juna en ik met onze ogen dicht, maar bij de late voeding krijg ik nog steeds vaak hulp volgens het oude regime. Dat is meer omdat ze dan wakker gemaakt moet worden, en dan is ze weer opeens weer zo klein, bleek en fragiel met haar oogjes nog halfdicht en die schokkerige armpjes...
 
Kleding
Juna bij mama in pyjamaBelangrijke tip voor aanstaande moeders: koop een pyjama! Let wel: een pyjama met knoopjes aan de voorkant (of een ritssluiting, of klittenband voor mijn part). Eerst sliep ik ’s nachts in een big shirt, maar dat moet omhoog of uit voordat je kan gaan voeden. Het was weliswaar een warme oktober, maar ’s nachts had ik het me toch koud op mijn rug en mijn benen...! En dat ondanks de hormonen die er nog steeds voor zorgen dat mijn temperatuurbeleving hoger ligt dan normaal. Dat laatste komt mij als koukleum trouwens zeer goed uit. Ik hoop nog steeds op een blijvend effect. Naast de pyjama zijn pantoffels ook aan te raden als je snel last hebt van koude voeten. (Dit geldt natuurlijk niet als je ’s nachts in bed wilt voeden.)
Voor overdag is allerhande leuke borstvoedingskleding te koop (zie bijvoorbeeld www.prettymum.nl en www.pettel.nl). Zelf gebruik ik alleen de eerdergenoemde voedings-BH’s, en verder draag ik mijn gewone kleren. Maar wel meestal iets dat aan de voorkant open kan met daaronder iets anders. Bijvoorbeeld een T-shirt met een spijkerjasje erover of een hemdje met een vestje. Werkt prima. Nou heb ik nog geen temperaturen meegemaakt waarbij ik aan een T-shirtje alleen genoeg had, dus misschien dat ik dan alsnog iets ga aanschaffen...
 
Klok
Het wordt overal afgeraden, maar ik vond het toch wel erg fijn: een klok in de buurt. Ik draag geen horloge meer, want in het begin moest Juna nog met haar hoofdje op mijn pols rusten in badje, en dan was zo’n horloge zeer onhandig. Inmiddels zou ik mijn polshorloge best weer kunnen dragen maar het batterijtje is opgegaan... Anyways, ik had dus graag een klok of desnoods een mobieltje om op te kijken. Niet dat ik haar los ging halen als de tijd ‘op’ was, of juist dwong om meer te drinken als ze voortijdig stopte, want de baby bepaalt uiteindelijk toch zelf hoeveel ze drinkt. Dwingen heeft geen zin (mocht ik haar toch overhalen om nog wat extra’s te drinken, dan spuugde ze dat bij het boertje gewoon weer uit) en voortijdig loshalen is zielig, tenzij de baby alleen nog maar wat ligt te sabbelen, te slapen of te spelen. Maar daar heb je geen klok voor nodig, dat merk je vanzelf. Je kunt tenslotte horen of ze nog regelmatig slikt. Waarom dan tóch die klok? Omdat ik het een geruststellende gedachte vond als Juna weer eens precies achttien minuten gedronken had. En omdat ik, als ze na vijf minuten al ophield en niet meer wilde, er rekening mee kon houden dat ze de keer daarop misschien wat eerder zou ‘komen’. Wat lang niet altijd het geval was. Kortom: een klok is beslist niet nodig, maar ik vond het fijn en ik heb er zeker geen hinder van ondervonden.
 
Kolven
Melk is ook op andere manieren uit de borst te krijgen dan via baby’s gulzige lipjes. Dat noemt men kolven. In vroeger tijden kolfde men met de hand, ik vermoed door de borsten te kneden zoals boeren hun koeien melken, maar tegenwoordig zijn er elegantere methoden beschikbaar. Hoewel, eleganter... Echt elegant wordt het nooit. Terwijl ik weinig moeite heb met voeden in het openbaar, moet ik er niet aan denken op een zonnig terrasje te kolven. Gelukkig hoeft dat ook niet. Er bestaan kolfruimtes, bij mij op het werk in ieder geval, en anders is er wel een archiefkast, een videoconferencingroom, een kamer van een collega die er die dag niet is, of een toilet (been there, done that).
Om met de sappige details te beginnen: de techniek van het kolven. De eerste keer dat ik mijn (geleende) handkolf gebruikte, gebeurde er niets. Ik had wat last van stuwing in mijn kraamweek, waardoor Juna soms niet goed kon happen, en de kraamhulp raadde me de kolf aan om de ergste druk weg te halen zodat Juna een ‘slappe hap’ kon nemen. Mijn kolf ziet er zo uit:
 
Het idee is dat je je borst in de kegelvormige opening stopt en de witte hendel op en neer knijpt in een al dan niet regelmatig tempo. Er onstaat dan een vacuüm (niet perfect natuurlijk, roept de bèta in mij) waardoor de zuigbeweging van de baby geïmiteerd wordt. Dan komt er vanzelf melk uit de borst. Eerst maar een klein beetje, maar zodra de toeschietreflex toeslaat stroomt de melk er vanzelf uit. Eenmaal stromend hoef ik dus niet te blijven pompen maar volstaat het de hendel ingeknepen te houden, waardoor een ‘kolfarm’ me bespaard is gebleven (zo dat al bestaat – iemand?). Toen er die eerste keer niets gebeurde, troostte de kraamhulp me met de woorden: “Geeft niks, als je het straks nog een keer probeert kan er best zomaar een hele straal uit komen.” Dat zou echter nooit gebeurd zijn, bleek later, want de kolf was verkeerd gemonteerd waardoor er helemaal geen vacuüm ontstond. De keer daarna, met juist geprepareerde kolf, ging het als een speer. Na een seconde of tien kwam de toeschietreflex en zo is het eigenlijk altijd gebleven.
 
Minder voorspoedig
Daarmee mag ik me gelukkig prijzen, want bij veel vrouwen gaat het minder voorspoedig. Voornaamste probleem: uitblijven van de toeschietreflex. Dat kan komen doordat je te gespannen bent, te gefocust op het moeten slagen van de kolfactie. Een paar mislukte kolfacties helpen dan bepaald niet: de druk wordt er alleen maar groter van (vergelijk impotentie, probleem van totaal andere orde maar toch). Trucjes voor het opwekken van de toeschietreflex zijn het denken aan je (van dorst huilende) baby, kijken naar een foto van je baby, luisteren naar opgenomen babygeluidjes (liefst gehuil). Tja, als moeder ben je blijkbaar voorgeprogrammeerd om op de melkvraag van met name je eigen baby te reageren :-D Een andere optie is het gebruik van een neusspray met hormonen, verkrijgbaar bij de apotheek. Het gaat om het hormoon oxytocine. Dat wekt de toeschietreflex op en – tijdens de bevalling – ook de weeën. Wat dat betreft ben ik nog steeds verbaasd dat die toeschietreflex bij mij zo soepel op komt zetten terwijl mijn weeën met geen twintig trekpaarden op gang te brengen waren. Maar dat terzijde.
 
Er zijn verschillende redenen om te gaan kolven. Bijvoorbeeld om de slappe hapbare hap te verzorgen, zoals bij mijn eerste kolfervaring. Maar natuurlijk ook om de baby van melk te voorzien als je zelf niet in de buurt bent. Als je werkt, gaat shoppen, een feestje hebt... Iemand anders geeft de baby een flesje afgekolfde moedermelk en klaar is Kees. Naar het schijnt is afgekolfde melk – zelfs als die een paar dagen in de koelkast of nog veel langer in de vriezer heeft vertoefd – alsnog beter voor je baby dan kunstvoeding. Na invriezen zijn de levende afweerstoffen weliswaar dood, maar dan heb je nog steeds de menselijke eiwitten i.p.v. de koemelkeiwitten en zo. Maar goed, zo af en toe kunstvoeding... waarom zou je al die kolfmoeite eigenlijk doen? Er is nog een andere reden: om de melkproductie in stand te houden. De vraag bepaalt het aanbod. Voedingen overslaan resulteert in stuwing, en stuwing leert de borsten om voortaan minder melk te maken. Ik denk dat de productie altijd wel weer op te voeren is als het een keer mis gaat, of zelfs als het een tijd lang mis gaat, maar dat is niet waar je als moeder op zit te wachten. Zeker de eerste maanden wilde ik er absoluut zeker van zijn dat de baby genoeg melk kreeg. Dat kreeg ze ook: ze groeide als kool en plaste en poepte dat het een lieve lust was (excuses, tere lezers). Maar als ze huilde, was ik toch bang: is er wel genoeg melk? Onterecht, maar toch. Ik had liever stuwing dan de angst dat er te weinig was.
 
Volgende keer meer over de ins en outs van kolven op het werk en de logistiek van het opslaan en gebruiken van afgekolfde melk.
Lees meer...   (24 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl